Vier aanbieders, vier terugverdientijden: waarom de cijfers zo ver uit elkaar liggen
Radar liet zich deze week met een verborgen camera adviseren bij vier thuisbatterijaanbieders. Vier keer dezelfde woning, vier keer een ander antwoord op dezelfde vraag: wanneer heb ik dit terugverdiend?
De genoemde termijnen liepen van vier tot acht jaar. Uit onze eigen berekening van 10.000 huishoudens komt een heel ander beeld: bij ongeveer twee op de drie profielen verdient een thuisbatterij zichzelf niet binnen vijftien jaar terug.
Dat verschil zit niet in de batterijen. Het zit in de aannames.
Wat de aanbieders zelf schreven
Drie van de vier aanbieders reageerden schriftelijk op de uitzending. Die reacties zijn openbaar en ze zijn leerzamer dan de uitzending zelf.
Aanbieder 1 noemde zeven tot acht jaar. In de reactie staat dat het bedrijf liever helemaal geen terugverdientijd noemt, omdat die te sterk afhangt van het huishouden. De adviseur noemde het getal pas nadat er meerdere keren expliciet naar werd gevraagd. Achteraf vindt het bedrijf dat de onzekerheidsmarge duidelijker had gemoeten. Ook het gebruikte stroomtarief was volgens de reactie een rekenaanname voor de lange termijn, geen voorspelling.
Aanbieder 2 was het meest concreet. Een batterij van 10 kWh, aanschafprijs 4.400 euro, een besparing van ongeveer 850 euro per jaar en daarmee een terugverdientijd van vijf jaar met een bandbreedte van vier tot zes jaar. Belangrijk detail uit de reactie: die 850 euro hoort bij het scenario waarin de batterij volledig wordt ingezet op de onbalansmarkt. Het bedrijf schrijft er zelf bij dat niemand die opbrengsten kan garanderen en dat ze onder druk kunnen komen naarmate meer batterijen op die markt actief worden.
Aanbieder 3 kwam uit op zes tot acht jaar en adviseert klanten juist niet om te handelen op de dynamische markt. Het advies richt zich op het opslaan van eigen zonnestroom voor later gebruik.
Waarom dit niet vergelijkbaar is
Twee van de drie termijnen leunen op inkomsten die geen enkele aanbieder kan beloven. Handel op de onbalansmarkt en slim inspelen op dynamische prijzen kunnen geld opleveren, maar het zijn geen vaste opbrengsten. Ze hangen af van marktomstandigheden die je niet vijftien jaar vooruit kunt vastleggen.
Een klant die drie offertes naast elkaar legt, ziet drie getallen. Wat hij niet ziet, is dat het ene getal rust op zelfverbruik en het andere op handel. Dat is geen vergelijking van batterijen. Dat is een vergelijking van optimisme.
Reken zelf even mee
Neem de prijs die aanbieder 2 zelf noemt: 10 kWh voor 4.400 euro inclusief btw en installatie. Stel dat je niet handelt en de batterij alleen gebruikt om eigen zonnestroom op te slaan.
Van 10 kWh is ongeveer 9 kWh bruikbaar. Na verliezen bij laden en ontladen houd je per volle cyclus zo’n 8 kWh over. Wat levert die 8 kWh op? Je koopt stroom niet in tegen ongeveer 0,29 euro, maar je loopt wel de terugleververgoeding mis van ongeveer 0,05 euro. Netto houd je dan ongeveer 0,24 euro per kilowattuur over.
Voor een terugverdientijd van zeven jaar moet de batterij dus 4.400 gedeeld door 7 is ruim 620 euro per jaar opleveren. Dat komt neer op ongeveer 2.600 kilowattuur door de batterij, oftewel zo’n 330 volle cycli per jaar.
Driehonderddertig volle cycli betekent bijna elke dag van het jaar een volle laadbeurt. Ook in december en januari, wanneer je zonnepanelen nauwelijks overschot leveren. In de Nederlandse praktijk haalt een goed gedimensioneerde batterij op zonnestroom eerder zo’n 200 tot 250 volle cycli per jaar.
Reken je met 220 cycli, dan kom je uit op ongeveer 420 euro per jaar en daarmee op een terugverdientijd van rond de tien à elf jaar. En dan hebben we nog niets meegerekend voor capaciteitsverlies, sluipverbruik of rente op het geld dat je anders had kunnen sparen.
Dit is een rekensom op de achterkant van een envelop, met alle aannames zichtbaar. Vervang ze door je eigen cijfers en je krijgt een ander antwoord. Dat is precies de bedoeling.
De vraag die het verschil maakt
De aanbieders hebben op één punt volkomen gelijk: een terugverdientijd is geen garantie. Maar dat maakt het getal niet waardeloos. Het maakt alleen dat er iets bij hoort.
Een van de aanbieders schrijft in de eigen reactie dat een consument geen thuisbatterij zou moeten kopen als niet duidelijk is hoe de berekening tot stand komt. Dat is goed advies. Neem het serieus en stel deze vier vragen voordat je tekent:
- Met welk stroomtarief is gerekend? Als dat hoger ligt dan wat je nu betaalt, vraag waarom.
- Zitten er handelsinkomsten in het bedrag? Onbalansmarkt of dynamische prijzen. Vraag om het getal zonder die inkomsten.
- Met welke terugleververgoeding en welke terugleverkosten is gerekend? Vanaf 2027 bepaalt dat het grootste deel van je voordeel.
- Hoeveel volle cycli per jaar zit er in de berekening? Meer dan 250 is optimistisch.
Vraag om de antwoorden op papier. Alle drie de aanbieders schrijven in hun reactie dat uitgangspunten op tafel horen. Dan mag je ze ook opvragen.
Waarom wij het getal wél noemen
Wij verkopen geen batterijen en ontvangen geen vergoeding van merken of installateurs. Een lange terugverdientijd kost ons dus niets. Daarom noemen wij het getal gewoon, inclusief de aannames waarop het rust en inclusief het scenario waarin het niet uitkomt.
Soms is het eerlijkste antwoord dat een thuisbatterij bij jou niet loont. Bij twee op de drie doorgerekende profielen is dat het antwoord.
Benieuwd wat er bij jou uitkomt? Doe de gratis check van vier vragen, of ga direct naar het volledige adviesrapport.
Vervolg op dit artikel: ik heb de rekensom van aanbieder 2 inmiddels volledig doorgerekend met de rekenkern van deze site. Lees wat er nodig is om 850 euro per jaar te halen.
Wat betekent dit voor jouw situatie?
Beantwoord vier korte vragen en zie direct welke capaciteit bij jou past, wat je bespaart en hoe snel je de investering terugverdient.
Doe de gratis check