Reality check: na 2027 loont terugverkopen van je thuisbatterij bijna nooit meer

Reality check: bijna niemand die na 2027 nog actief wil handelen met een thuisbatterij, houdt daar geld aan over. Op een website over dynamische contracten las ik een rekensom die ik eerst zelf wilde narekenen voordat ik hem geloofde. Vanaf 1 januari 2027 lukt goedkoop inkopen en duur terugverkopen veel minder vaak. Wie voor 13 cent inkoopt, moet voor minstens 33 cent verkopen om quitte te spelen. Goedkoop inkopen en de stroom later op de dag zelf gebruiken blijft wel net zo voordelig als nu.
Ik heb het nagerekend met alle day-ahead prijzen van 2025. Het klopt grotendeels. Over slijtage gaat de bewering te kort door de bocht. En er ontbreekt een kanttekening die voor bijna iedereen met zonnepanelen telt.
Waarom terugverkopen zoveel moeilijker wordt
Bij een dynamisch contract betaal je voor elke kilowattuur van het net drie dingen: de marktprijs, een inkoopvergoeding voor je leverancier en energiebelasting. Over het geheel komt 21 procent btw. De energiebelasting is in 2026 ruim 11 cent per kilowattuur inclusief btw. Ook bij een marktprijs van nul betaal je dus al ruim 13 cent.
Tot en met 2026 krijg je die belasting bij teruglevering via de saldering terug. Vanaf 2027 niet meer. Dan krijg je de kale marktprijs min een verkoopvergoeding. Leveranciers schrijven zelf dat die vergoeding exclusief btw en energiebelasting is.
Een kilowattuur die je ’s nachts voor 13 cent in de batterij stopt, moet ’s avonds dus die 13 cent terugverdienen plus het verlies in de batterij. Dat moet allemaal uit de kale marktprijs komen. Zo hoog moet de prijs later op de dag zijn, uitgedrukt in de all-in prijs die je app op dat moment laat zien:
| Rendement batterij | Inkoop (all-in) | Zelf gebruiken loont vanaf | Terugverkopen loont vanaf |
|---|---|---|---|
| 80 procent | 13 cent | 16,3 cent | 35,6 cent |
| 80 procent | 20 cent | 25,0 cent | 46,2 cent |
| 90 procent | 13 cent | 14,4 cent | 33,4 cent |
| 90 procent | 20 cent | 22,2 cent | 42,8 cent |
De bewering noemt 33 en 42 cent. Die getallen horen bij een batterij die 90 procent teruggeeft van wat erin gaat. Bij 80 procent ligt de lat hoger. Voor zelf gebruiken is de regel eenvoudig: deel de inkoopprijs door het rendement. Dat verandert op 1 januari niet, want aan beide kanten zit dezelfde belasting.
Van tweehonderd dagen naar twintig
Voor elke dag van 2025 heb ik het goedkoopste blok van drie uur gezocht om te laden en daarna het duurste blok van drie uur om te ontladen. Drie uur, omdat een batterij niet in een kwartier volloopt. Op elk blokpaar heb ik drie rekenregels losgelaten: zelf gebruiken, terugverkopen zoals het nu gaat met saldering en terugverkopen zoals het vanaf 2027 gaat.
| Dagen in 2025 waarop het loont | Rendement 80 procent | Rendement 90 procent |
|---|---|---|
| Zelf gebruiken | 312 | 361 |
| Terugverkopen met saldering | 214 | 277 |
| Terugverkopen vanaf 2027 | 20 | 30 |
Terugverkopen zakt van ruim tweehonderd dagen naar twintig. Op die twintig dagen is de winst ook nog klein. Opgeteld levert het 1,13 euro per kilowattuur opslag per jaar op. Voor een batterij van 5 kWh is dat een euro of vijf.
Dat is bovendien een bovengrens. Mijn berekening kent de prijzen van de hele dag vooruit en gaat ervan uit dat de batterij elke ochtend leeg klaarstaat. Worden de prijsverschillen groter, dan schuift het beeld iets op. Maar voor echt terugverkopen moet de kale avondprijs geregeld boven de 18 cent komen.
Zelf gebruiken loont, alleen niet wanneer je denkt
Zelf gebruiken lukte in 2025 op 312 van de 365 dagen. Dat klinkt als een reden om de batterij elke nacht vol te laden. Per maand bekeken zit het grootste deel van die winst tussen maart en september.
Precies dan zit een batterij bij zonnepanelen al vol met eigen stroom.
Van november tot en met februari, als de batterij wel ruimte heeft, telde ik 75 gunstige dagen. Die leverden samen ongeveer drie euro per kilowattuur opslag per jaar op. Het verklaart waarom handelen op mijn eigen meetdata over 2025 maar zes euro per jaar opleverde. Dat staat in het artikel over de 850 euro die een aanbieder beloofde.
Slijtage: de bewering heeft half gelijk
Volgens de bewering hoef je slijtage niet mee te rekenen, omdat een batterij veel meer cycli aankan dan hij in de praktijk maakt. Ik deed dat tot nu toe wel. Aanschafprijs gedeeld door het aantal cycli geeft bij 6.000 cycli ongeveer 7 cent per kilowattuur voor een stekkerbatterij en 11 cent voor een vast systeem.
Voor de meeste huishoudens is dat te streng. Wie hooguit een keer per dag laadt en ontlaadt, komt in tien jaar op 3.650 cycli en in vijftien jaar op 5.475. Een garantie van 6.000 cycli haal je dan niet. Een extra cyclus op een winterdag maakt de batterij dus niet eerder op.
Gratis is die cyclus ook niet. Elke keer laden en ontladen kost een beetje capaciteit en die mis je de rest van de levensduur. Reken je met het verlies dat een garantie toestaat, 30 procent over 6.000 cycli, dan kost een extra cyclus hooguit twee tot drie cent per kilowattuur. In werkelijkheid minder, want een deel van dat verlies komt door ouderdom en niet door gebruik.
Die redenering geldt alleen als je ruim binnen de garantie blijft. Heeft je batterij een garantie van 4.000 cycli, of laat je hem twee keer per dag draaien, dan tel je de volle slijtage weer mee.
Een factor werkt beter dan een vast prijsverschil
Veel apps werken met een vaste drempel: laden als het prijsverschil minstens een bepaald aantal centen is. De bewering stelt voor om met een verliesfactor te rekenen, 1 gedeeld door het rendement. Dat is beter. Het verlies in de batterij is een percentage van wat je betaalt. Bij 13 cent kost 20 procent verlies ruim 3 cent, bij 30 cent is dat 7,5 cent. Met een vaste drempel laad je bij lage prijzen te weinig en bij hoge prijzen te veel.
Het rendement zelf is wel iets om na te gaan. Fabrikanten noemen vaak 90 procent of meer. Bij laag vermogen zakt het, omdat de omvormer dan minder zuinig werkt en het eigen verbruik van de batterij zwaarder weegt. Test-Aankoop mat bij een stekkerbatterij ongeveer 75 procent over de hele cyclus. Neem voor de dagelijkse beslissing de factor plus een marge van een paar cent voor slijtage.
De aanschaf is een andere som
Het laatste deel van de bewering gaat over de aanschaf. Of een batterij zich terugverdient, reken je uit met een gebruiksduur en de afschrijving per dag. Dat staat los van de vraag of je vandaag laadt.
Een vast systeem van 5 kWh voor 1.900 euro kost over vijftien jaar 35 cent per dag. Over tien jaar, de gebruikelijke garantietermijn, is het 52 cent. Met 3 procent rente wordt dat 44 en 61 cent per dag. Bij 300 cycli per jaar moet elke kilowattuur die door de batterij gaat dus 11 tot 16 cent opbrengen.
Een paar cent handelswinst op een winterdag betaalt dat niet. Het moet komen uit eigen zonnestroom die je ’s avonds niet hoeft te kopen. Na 2027 is dat het verschil tussen een paar cent teruglevering en ruim 25 cent afname.
Wat ik niet heb meegerekend
Ik heb de prijzen van 2025 gebruikt met de energiebelasting van 2026. Dat tarief blijft in 2027 gelijk, 9,16 cent per kilowattuur exclusief btw, zo staat in de sleuteltabel bij het Belastingplan 2027. De drempels hierboven gelden dus ook volgend jaar. Wat er op Prinsjesdag verder speelde voor thuisbatterijen staat in het artikel over Prinsjesdag. Ik ga uit van 2 cent inkoopvergoeding en 2 cent verkoopvergoeding. Ook ga ik ervan uit dat je bij teruglevering geen btw krijgt, zoals leveranciers het zelf beschrijven. Betaalt jouw leverancier wel btw uit, dan zakt de drempel voor terugverkopen. De onbalansmarkt heb ik buiten beschouwing gelaten, net als noodstroom.
Wat de nieuwe terugleververgoeding precies inhoudt, lees je in het artikel over de terugleververgoeding vanaf 2027. Wil je weten wat opslag van eigen zonnestroom in jouw situatie oplevert, doe dan de gratis check van vier vragen. Ik heb geen band met leveranciers of installateurs, dus er zit geen verkoopbelang achter de uitkomst.
Wat betekent dit voor jouw situatie?
Beantwoord vier korte vragen en zie direct welke capaciteit bij jou past, wat je bespaart en hoe snel je de investering terugverdient.
Doe de gratis check