Wat als de stroomprijs sterk gaat stijgen?

Alles wat ik tot nu toe op deze site heb doorgerekend, gaat uit van de prijzen van dit moment. Een gemiddeld stroomtarief van 28,5 cent per kWh in september 2026, de energiebelasting van 2026, de opslagen van de leveranciers zoals ze nu zijn. Met die cijfers komt een thuisbatterij maar in een beperkt aantal situaties gunstig uit. Dat heb ik vaak genoeg opgeschreven.
Maar die prijzen staan niet stil. Dit jaar is de gasprijs flink opgelopen door de spanningen in de wereld. De winter komt eraan, de gasopslagen moeten vol en niemand weet waar het eindigt. Een lezer vroeg me terecht: wat als stroom in 2027 tien procent duurder wordt, klopt je verhaal dan nog?
Het korte antwoord: tien procent duurdere stroom haalt ongeveer een jaar van de terugverdientijd af. Dat is welkom, maar het verandert het plaatje niet. Wie met een vast contract een batterij wil terugverdienen binnen tien jaar, heeft geen prijsstijging van tien procent nodig maar een van bijna zeventig. Met een dynamisch contract ligt dat anders, daar komt het einde van dit artikel op terug.
Waarom de gasprijs de stroomprijs bepaalt
Op de stroombeurs bepaalt de duurste centrale die op dat moment nog nodig is de prijs voor iedereen. Op een zonnige middag met wind is dat er geen: zon en wind leveren genoeg en de prijs zakt naar nul of eronder. Deze zomer was dat vaak zo. De gascentrales in Nederland draaiden op de waakvlam.
’s Avonds is het anders. In de winter geldt dat bijna de hele dag. Dan moet er een gascentrale aan om het gat te vullen en dan bepaalt de gasprijs de stroomprijs. Wordt gas duurder, dan wordt stroom op die uren duurder. Wordt de winter koud en windstil, dan zijn er meer van die uren.
Een stijgende gasprijs werkt dus niet gelijkmatig door. De goedkope uren blijven goedkoop, de dure uren worden duurder. Voor een vast contract maakt dat niets uit, je betaalt toch een gemiddelde. Voor een dynamisch contract maakt het alles uit.
Tien procent duurder is niet tien procent duurder
Van de 28,5 cent die je nu per kWh betaalt, is 11,1 cent energiebelasting inclusief btw. Bijna veertig procent. Dat bedrag stelt de overheid vast en het beweegt niet mee met de gasprijs. Het deel dat wel meebeweegt, de kale leveringsprijs, is 17,4 cent inclusief btw.
Stijgt die kale prijs met tien procent, dan stijgt je tarief van 28,5 naar 30,3 cent. Dat is zes procent. Wil je tarief echt tien procent omhoog, naar 31,4 cent, dan moet de kale prijs zeventien procent stijgen.
De energiebelasting dempt dus elke schok op de beurs. Fijn voor je energierekening, minder fijn voor de batterij, want die verdient aan het verschil.
Wat het doet met de terugverdientijd
Ik heb een vaste casus genomen die ik in meer artikelen gebruik: een huishouden met 4.000 kWh verbruik, 4.500 kWh zonnestroom, wisselend overdag thuis en een stekkerbatterij van 5 kWh voor 1.900 euro. Vast contract. Alle andere aannames van de rekenkern heb ik laten staan en alleen de stroomprijs verschoven.
| Stroomprijs all-in | Besparing per jaar | Terugverdientijd |
|---|---|---|
| 28,5 cent (nu) | 159 euro | 15,0 jaar |
| 30,3 cent (kale prijs +10%) | 167 euro | 14,3 jaar |
| 31,4 cent (+10%) | 171 euro | 13,9 jaar |
| 34,2 cent (+20%) | 182 euro | 13,1 jaar |
| 37,1 cent (+30%) | 194 euro | 12,2 jaar |
Tien procent duurdere stroom levert dus twaalf euro per jaar extra op en scheelt ruim een jaar terugverdientijd. Van 15 naar bijna 14.
Dat is minder dan tien procent meer besparing en daar zijn twee redenen voor. De terugleververgoeding stijgt mee. In de rekenkern is die na 2027 de helft van de kale prijs. Als stroom duurder wordt, krijg je dus ook iets meer voor de zonnestroom die je niet opslaat. Het verschil tussen zelf gebruiken en terugleveren groeit daardoor langzamer dan de prijs. En het sluipverbruik van de batterij, die tien watt die dag en nacht doorloopt, wordt ook duurder. Klein, maar het telt tegen.
Zou de terugleververgoeding niet meestijgen en op 7,2 cent blijven hangen, dan komt de tien procent uit op 182 euro en 13,1 jaar. Dat is de gunstigste lezing.
Hoe je het ook draait: een batterij die nu vijftien jaar nodig heeft, heeft bij tien procent duurdere stroom dertien tot veertien jaar nodig. Dat is nog steeds langer dan de garantie van bijna elk model op de markt.
Wat er nodig is om het echt te laten kantelen
Ik heb de rekenkern ook de andere kant op laten werken. Bij welke stroomprijs verdient deze batterij zich met een vast contract binnen tien jaar terug?
Bij 48 cent per kWh. Dat is 68 procent boven het tarief van nu. Voor acht jaar moet je naar 64 cent.
Zulke prijzen hebben we gezien, in de energiecrisis van 2022. Ze zijn ook weer verdwenen. Wie nu een batterij koopt omdat hij op zo’n prijs rekent, wedt niet op een stijging maar op een nieuwe crisis die jaren aanhoudt. Dat kan, maar noem het dan zo.
Dynamisch: hier zit de hefboom
Bij een dynamisch contract koop je stroom als hij goedkoop is en gebruik je hem als hij duur is. Daar telt niet de gemiddelde prijs maar het verschil tussen de goedkope en de dure uren van een dag.
En dat verschil groeit harder dan de prijs zelf. De goedkope uren komen van zon en wind en die worden niet duurder als gas duurder wordt. De dure uren komen van gas. Stijgt de gasprijs, dan gaat de avondpiek omhoog en blijft de middag liggen waar hij lag. Het gat wordt breder aan één kant.
Ik heb daarom voor het dynamische contract niet alleen de prijs verhoogd maar ook het dagverschil. Twee keer zo hard zelfs. Bij tien procent duurdere stroom dus twintig procent meer verschil. Dat is een aanname, geen meting, maar ze past bij wat de markt deze zomer liet zien.
| Stroomprijs all-in | Dagverschil | Besparing per jaar | Terugverdientijd |
|---|---|---|---|
| 28,5 cent (nu) | 14,0 cent | 218 euro | 10,5 jaar |
| 31,4 cent (+10%) | 16,8 cent | 241 euro | 9,5 jaar |
| 34,2 cent (+20%) | 19,6 cent | 264 euro | 8,6 jaar |
| 37,1 cent (+30%) | 22,4 cent | 288 euro | 7,9 jaar |
Bij een dynamisch contract zakt dezelfde batterij bij tien procent duurdere stroom onder de tien jaar. Bij dertig procent komt hij onder de acht en dat is binnen de garantie van de meeste stekkerbatterijen.
Het verschil met het vaste contract is groot. Daar helpt een prijsstijging een beetje, hier helpt hij echt. Als je gelooft dat stroom de komende jaren duurder wordt, dan is de logische stap niet een grotere batterij maar een dynamisch contract erbij.
Twee kanttekeningen
De rekenkern verschuift een gemiddelde. In werkelijkheid komt een prijsstijging in de winter harder aan dan in de zomer en juist in de winter heeft een batterij met zonnepanelen weinig te doen. De zon levert dan te weinig om hem te vullen. Het effect van dure winterstroom op een zonnebatterij is daardoor kleiner dan de tabel suggereert. Voor een batterij die op een dynamisch contract uit het net laadt, geldt het omgekeerde.
En prijzen kunnen ook dalen. In 2025 was het dagverschil op de beurs 13 cent, in de tweede helft van deze zomer ruim 21. Dat kan volgend jaar weer 13 zijn. De 14 cent in de eerste regel van de tabel is al een middenweg tussen die twee. Zakt het verschil naar 9 cent, dan staat dezelfde batterij op bijna twaalf jaar. Wie de tabel gebruikt om een aankoop te onderbouwen, moet ook die kant willen zien.
Wat ik ermee doe
De rekentool blijft rekenen met de prijzen van nu. Ik ga niet gokken op een prijs voor 2027 en die in de standaardinstellingen zetten, want dan verkoop ik een verwachting als een feit. Wel meet ik elke twee weken het dagverschil op de stroombeurs en dat cijfer staat in de nieuwsbrief. Loopt het structureel op, dan pas ik de aanname aan en zeg ik dat erbij.
Wilt u weten wat een prijsstijging voor uw eigen situatie betekent? Vul de rekentool in met uw eigen verbruik en kijk naar de besparing per jaar. Tien procent duurdere stroom betekent grofweg acht procent meer besparing bij een vast contract. Dat rekent u zelf zo uit.
Wat betekent dit voor jouw situatie?
Beantwoord vier korte vragen en zie direct welke capaciteit bij jou past, wat je bespaart en hoe snel je de investering terugverdient.
Doe de gratis check