Vier huishoudens doorgerekend: hoeveel bespaart een thuisbatterij na 2027 echt?

De meeste rekenfouten rond een thuisbatterij zijn aannamefouten in vermomming. De som zelf klopt, maar de getallen die je erin stopt niet. Dat zag ik deze week weer in de video Vier huishoudens doorgerekend: wie houdt de laagste stroomrekening over straks? van het YouTube-kanaal Stijn Thuisbatterij Expert, verschenen op 28 september.
Kort antwoord: de gedachte achter de video klopt. Na 2027 telt vooral hoeveel van je zonnestroom je zelf gebruikt. Maar twee uitgangspunten liggen te hoog en een paar conclusies passen niet bij de eigen cijfers. Met een realistische stroomprijs valt de besparing met een batterij ongeveer 30 procent lager uit. En het aantal zonnepanelen doet er juist wel toe.
Wat er in de video wordt doorgerekend
Stijn neemt vier huishoudens die elk ongeveer 3.000 kWh stroom per jaar gebruiken. Twee hebben veel zonnepanelen, twee weinig. Twee gebruiken overdag veel stroom zelf, bijvoorbeeld omdat ze thuiswerken of een warmtepomp hebben. De andere twee doen dat weinig.
Dat laatste heet zelfverbruik: het deel van je zonnestroom dat je meteen in huis gebruikt, in plaats van het terug te sturen naar het net.
Elk huishouden rekent hij drie keer door: met salderen, zonder salderen en zonder salderen met een thuisbatterij van 7,5 kWh. Dit zijn zijn uitkomsten voor de situatie na 2027.
| Huishouden | Zonder batterij | Met batterij | Verschil |
|---|---|---|---|
| Veel panelen, weinig zelfverbruik | €792 | €345 | €447 |
| Weinig panelen, weinig zelfverbruik | €854 | €539 | €315 |
| Veel panelen, veel zelfverbruik | €675 | €306 | €369 |
| Weinig panelen, veel zelfverbruik | €751 | €497 | €254 |
Wat klopt
Veel. De salderingsregeling stopt op 1 januari 2027. Stroom die je teruglevert, wordt dan niet meer weggestreept tegen stroom die je ’s avonds afneemt. Hoe dat precies werkt, lees je in Salderingsregeling stopt op 1 januari 2027.
Voor teruggeleverde stroom krijg je een vergoeding van je leverancier. Die is tot 2030 minimaal de helft van het kale leveringstarief. Kaal betekent: de prijs van de stroom zelf, zonder energiebelasting en zonder btw. In de video klinkt het alsof dat nog geregeld moet worden. Het staat al in de wet. Meer daarover in Terugleververgoeding vanaf 2027.
Ook terugleverkosten blijven bestaan. Dat is een bedrag dat sommige leveranciers rekenen omdat je stroom het net op stuurt. En de hoofdboodschap klopt: zonder batterij is zelf meer stroom gebruiken als de zon schijnt de goedkoopste stap die je kunt zetten.
Twee uitgangspunten liggen te hoog
De energiebelasting
Stijn rekent met ongeveer 10,6 cent energiebelasting per kWh. In het Belastingplan 2027, gepresenteerd op Prinsjesdag, blijft het tarief gelijk aan dit jaar: 9,161 cent zonder btw. Met btw is dat 11,08 cent. De Tweede en Eerste Kamer moeten nog instemmen, maar een verhoging ligt niet op tafel.
De stroomprijs
In de video kost stroom 24 cent per kWh zonder btw, met de energiebelasting daar nog bovenop. Tel je alles op, dan betaal je (24 + 10,6) x 1,21 = 41,9 cent per kWh. Dat is fors meer dan wat de meeste mensen nu betalen.
Ik reken daarom met 28 cent per kWh, alles inbegrepen. Dat is hetzelfde bedrag als in Batterij, EV of jacuzzi. Van die 28 cent is ongeveer 14 cent de kale prijs. De terugleververgoeding komt dan op minimaal 7 cent.
Je kunt het ook omdraaien. Als de 12 cent terugleververgoeding uit de video de helft is van het kale tarief, dan moet dat kale tarief 24 cent zijn. Zo hoog ligt het bij bijna niemand.
Waarom die prijs zoveel uitmaakt
Een batterij verdient geld met één ding: het verschil tussen wat je betaalt voor stroom van het net en wat je krijgt voor stroom die je teruglevert. Vergelijk het met iets dat je zelf maakt. Verkoop je het aan een opkoper, dan krijg je weinig. Gebruik je het zelf, dan hoef je het niet duur in de winkel te kopen. De batterij zorgt dat je vaker het tweede doet.
| Per kWh | Video | Mijn som |
|---|---|---|
| Stroom van het net, alles inbegrepen | 41,9 cent | 28 cent |
| Terugleververgoeding | 12 cent | 7 cent |
| Waarde van een kWh die je opslaat in plaats van teruglevert | ongeveer 30 cent | ongeveer 21 cent |
Elke kWh die door de batterij gaat, is in mijn som dus ongeveer 30 procent minder waard.
De besparing opnieuw berekend
Ik heb de rekenbestanden van de video niet. Wel kun je uit de besparing afleiden hoeveel kWh de batterij per jaar verschuift: deel het bedrag door 30 cent. Die hoeveelheid heb ik vermenigvuldigd met 21 cent. Het is een grove benadering, maar het geeft de orde van grootte goed weer.
| Huishouden | Besparing volgens video | Verschoven kWh per jaar | Besparing bij 28 cent |
|---|---|---|---|
| Veel panelen, weinig zelfverbruik | €447 | ongeveer 1.500 | ongeveer €315 |
| Weinig panelen, weinig zelfverbruik | €315 | ongeveer 1.050 | ongeveer €220 |
| Veel panelen, veel zelfverbruik | €369 | ongeveer 1.230 | ongeveer €260 |
| Weinig panelen, veel zelfverbruik | €254 | ongeveer 850 | ongeveer €180 |
Die 1.500 kWh bij het eerste huishouden zit aan de bovenkant van wat een batterij van 7,5 kWh kan doen. Na laad- en ontlaadverlies komt er per volle lading ongeveer 6,5 kWh uit. Voor 1.500 kWh moet hij dus zo’n 230 keer per jaar helemaal vol en weer leeg. Dat kan in een zonnig jaar met veel panelen, maar het is niet de gemiddelde situatie.
Blijven de prijzen zo hoog als deze maand, zoals ik beschreef in Stroom twee keer zo duur?, dan schuift het op. Bij 32 cent alles inbegrepen kom je uit op ongeveer €200 tot €350 per jaar. Nog steeds onder de bedragen uit de video.
De percentages kloppen niet met de eigen tabel
In de video valt de zin dat je met een batterij 45 tot 65 procent minder betaalt voor stroom. Reken je het na met de eigen bedragen, dan kom je op iets anders uit.
| Huishouden | Minder stroomkosten met batterij |
|---|---|
| Veel panelen, weinig zelfverbruik | 56 procent |
| Weinig panelen, weinig zelfverbruik | 37 procent |
| Veel panelen, veel zelfverbruik | 55 procent |
| Weinig panelen, veel zelfverbruik | 34 procent |
Dat is 34 tot 56 procent. De huishoudens met weinig panelen halen de 45 procent niet.
Het aantal panelen doet er wel toe
De video sluit af met: “Je opwek bepaalt niet meer hoe hoog je stroomrekening is.” Opwek betekent hier: hoeveel stroom je panelen maken. De eigen cijfers laten iets anders zien.
Zonder batterij is het huishouden met veel panelen in beide groepen goedkoper uit. €792 tegen €854 bij weinig zelfverbruik. €675 tegen €751 bij veel zelfverbruik.
Met batterij wordt het verschil nog duidelijker. Veel panelen scheelt ongeveer €190 per jaar ten opzichte van weinig panelen. Veel of weinig zelfverbruik scheelt dan nog maar zo’n €40. Met een batterij is het aantal panelen dus juist de grootste knop. Stijn zegt dat halverwege de video zelf ook, maar in de conclusie staat het omgekeerde.
De zin “meer zonnepanelen levert niet automatisch de laagste rekening op” klopt maar in één vergelijking: veel panelen met weinig zelfverbruik (€792) tegen weinig panelen met veel zelfverbruik (€751).
Wat ontbreekt: de prijs van de batterij
Een besparing zegt pas iets als je hem naast de aanschafprijs legt. Een vaste batterij van 7,5 kWh met een omvormer van 5 kW kost inclusief installatie al snel rond de €3.300. Een omvormer zet de gelijkstroom uit de batterij om naar de wisselstroom die je apparaten gebruiken. De 5 kW zegt hoe snel de batterij stroom kan leveren. De 7,5 kWh zegt hoeveel erin past.
| Huishouden | Terugverdientijd volgens video | Terugverdientijd bij 28 cent |
|---|---|---|
| Veel panelen, weinig zelfverbruik | ongeveer 7,5 jaar | ongeveer 10,5 jaar |
| Weinig panelen, weinig zelfverbruik | ongeveer 10,5 jaar | ongeveer 15 jaar |
| Veel panelen, veel zelfverbruik | ongeveer 9 jaar | ongeveer 12,5 jaar |
| Weinig panelen, veel zelfverbruik | ongeveer 13 jaar | ongeveer 18,5 jaar |
De meeste batterijen hebben tien jaar garantie. Alleen het huishouden met veel panelen en weinig zelfverbruik komt daar in de buurt. Bij de huishoudens met weinig panelen duurt het veel langer dan de garantie.
Een batterij kan voor zo’n huishouden nog steeds verstandig zijn. De bedragen uit de video zijn alleen te rooskleurig. Wie dezelfde batterij koopt, rekent beter met mijn tabel dan met de zijne. En het liefst met zijn eigen cijfers.
Wat je hieruit kunt meenemen
- Pak je jaarnota en kijk hoeveel stroom je hebt teruggeleverd. Is dat minder dan 1.000 kWh, dan heeft een batterij weinig te doen.
- Gebruik eerst meer stroom als de zon schijnt. Wasmachine, vaatwasser en auto laden op de middag kosten niets extra.
- Vraag bij elke besparing die je ziet: met welke stroomprijs en welke terugleververgoeding is dit berekend?
- Reken met je eigen tarief. Dat staat op je jaarnota of in je contract.
- Leg de besparing naast de prijs en de garantie. Een terugverdientijd die langer is dan de garantie is een risico dat jij draagt.
- Koop niet groter dan nodig. Waarom dat zo vaak gebeurt, lees je in Waarom bijna elke thuisbatterij te groot wordt verkocht.
Ik vind het een nuttige video om te begrijpen waarom zelfverbruik na 2027 zo belangrijk wordt. Alleen de bedragen zou ik niet overnemen. Wil je weten wat een batterij in jouw huis doet, met jouw verbruik en jouw tarief? Doe dan de gratis check. Wij verkopen geen batterijen en krijgen geen provisie.
Bronnen
- Stijn Thuisbatterij Expert, Vier huishoudens doorgerekend: wie houdt de laagste stroomrekening over straks?, YouTube, 28 september 2026
- Energievergelijker.nl, Prinsjesdag 2026: dit doet het Belastingplan met je energierekening
- Keuze.nl, Energiebelasting 2027 blijft gelijk: maar dit wordt wel duurder
Wat betekent dit voor jouw situatie?
Beantwoord vier korte vragen en zie direct welke capaciteit bij jou past, wat je bespaart en hoe snel je de investering terugverdient.
Doe de gratis check